Boerderijen met hun bijgebouwen, erven en tuinen zijn een belangrijk onderdeel van de Nederlandse landschappen. Met name de landschappen die door opeenvolgende generaties landbouwers zijn gevormd. Als het oorspronkelijke beeld van de landschappen niet behouden blijft, gaat er een waardevolle verbinding met het verleden verloren. In aansluiting op 2003 Jaar van de Boerderij staat Open Monumentendag 2003 in het teken van boerenbouw.
Vragen die hierbij aan de orde komen zijn bijvoorbeeld 'wat is boerencultuur nog in Nederland?' en 'wat is de toekomst van historische boerderijen?'. Vragen die terecht gesteld kunnen worden omdat het platteland in Nederland in een sneltreinvaart aan het veranderen is.
Aan het begin van deze 21ste eeuw zoeken zowel boeren als burgers naar wegen om het platteland niet alleen leefbaar te houden, maar ook aan te passen aan de eisen van deze tijd. Dat wordt bijvoorbeeld gedaan door te zorgen voor het behoud van voorzieningen in de dorpen, door in de agrarische bedrijfsvoering rekening te houden met milieu en kwaliteitseisen en door nieuwe vormen van natuur en landschapsbeheer te ontwikkelen. Daarnaast spelen economische doelstellingen in de plattelandsvernieuwing een rol: bijvoorbeeld het stichten van bedrijfjes, de ontwikkeling van nieuwe agrarische producten en het stimuleren van het toerisme.
Het is duidelijk, dat de tijd waarin alles op het platteland in het teken stond van de landbouw definitief voorbij is. Het ziet er naar uit, dat het platteland steeds meer een gebied wordt waar de stedeling het jachtige leven kan ontvluchten om op adem te komen.
Dit wordt mogelijk, doordat steeds meer (historische) boerderijen bij verkoop (of al eerder) hun agrarische bestemming verliezen: de bedrijven zijn vaak te klein om nog rendabel te zijn of er is geen opvolging vanuit de familie voor het bedrijf. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de inrichting van en het leven en werken in het buitengebied.