 |
|
|
|
| Fort bij Vechten, Bunnik |
Verdedigingswerken hebben de mens eeuwenlang beschermd tegen de altijd aanwezige vijand. Het eigen gebied moest behouden blijven op een zo eenvoudig mogelijke manier. Dat kon door er een muur omheen te bouwen of door het omringende land onder water te zetten, inundatie genoemd. Hoewel de Romeinen hier al stenen forten bouwden zoals fort Fectio in Vechten, waren de eerste Nederlandse vestingwerken erg eenvoudig: een aarden wal met een houten palissade en daaromheen een gracht. Gedurende de Middeleeuwen konden de stedelingen zich door hun grotere welvaart, een betere verdediging veroorloven. De ommuring bestond in die tijd uit een stenen muur met torens en stenen poorten, en was omringd door een enkele of een dubbele gracht, zoals bijvoorbeeld bij kasteel Beverweerd het geval was.
De grote bloeitijd voor de Nederlandse vestingbouw was de Gouden Eeuw. Nederlandse vestingbouwers namen in Europa een belangrijke plaats in: zij bouwden verdedigingswerken in Duitsland, Scandinavië en Polen of er werd gebouwd naar Nederlands model, het zogeheten Oud Nederlandse stelsel. Dit stelsel werd ontwikkeld aan het einde van de zestiende eeuw en betekende een briljante vondst voor vestingen in vlak of bijna vlak land met voldoende water, omdat het land rond de vesting dan onder water gezet kon worden. De wallen en bastions bestonden altijd alleen uit aarde: dit materiaal was goedkoop, gemakkelijk te bewerken en geschikt voor brede lage wallen. En wie een wal opwerpt, krijgt een gracht gratis. Een andere manier van verdedigen was door middel van aaneengesloten linies hele delen van het land onder water te zetten.
 |
|
|
|
Fort bij Rhijnauwen, Bunnik (foto Comité OMD Bunnik) |
De belangrijkste van de vele linies in Nederland was de Nieuwe Hollandse Waterlinie, aangelegd vanaf 1815 met Fort Rhijnauwen als grootste fort. Het laatste verdedigingswerk in Nederland dateert uit de beginjaren van de Koude Oorlog: de IJssellinie, waar nog tot 1964 aan is gewerkt. Deze waterlinie ligt tussen Nijmegen en Zwartsluis en moest een Russische invasie vertragen. Met deze waterlinie is het tijdperk van de verdedigingswerken afgesloten, want door het inzetten van tanks en vliegtuigen, zijn forten, kazematten (overwelfde bomvrije ruimte met schietgaten in de wal van een verdedigingswerk) en inundaties overbodig geworden.
Voor de verdediging in ons land zijn in de loop der tijd grote ingrepen gedaan die hun stempel op de steden en het landschap hebben achtergelaten. De bouwwerken zijn vaak groot van formaat en van zware kwaliteit: ze zijn zo stevig gebouwd, dat ze ook na hun militaire gebruik nog heel lang meegaan. Overal zijn deze ''Monumenten van Verdediging'' nog te vinden, sommige nauwelijks te herkennen, andere overduidelijk. Zo zijn in de Kromme Rijnstreek nog sporen te vinden van de Romeinse rijksgrens (limes), middeleeuwse versterkte woontorens, forten, woningen uit de Kringenwet en betonbunkers uit de tijd van de mobilisatie van 1914-1918.
|